MPE.BOOKS
  • Shop
  • Verhalenhoek
  • Agenda
  • Contact
  • Bestellen

Heksje millie en de brandstapel

29/10/2022

0 Opmerkingen

 
Picture
Wil je meelezen en -luisteren terwijl Miriam dit leuke verhaal voorleest?
​Klik dan hier: 
Tekst en tekeningen door: Liam Hernandez Lucas
​ 
In een land hier heel ver vandaan… in Jeweetwelland,
je weet wel, waar de spookjes leven en de spookjes sprookjes beleven… daar, diep in het bos, stond een grote grijnzende pompoen. Deze pompoen was het huisje van een bedreven heksje, een heksje dat geconcentreerd in haar ketel roerde.
 
‘Boe!’ riep Bertus het spook achter haar schouder.
Maar het heksje had hem zien binnenkomen, dus ze schrok niet.
‘Dag spookje Bertus’, zei ze tegen het spook. ’Was het te saai in de waterput?’ 
Bertus vloog in een cirkel rond de ketel, en lachte duchtig.
‘Haha, Millie toch. Natuurlijk is het te saai in de waterput! Zeker als ik zo een heerlijke geur ruik! Wat ben je aan het klaarmaken? Is het snoep? Caramelletjes?’
 
‘Het is snoep’, zei Heksje Millie vol enthousiasme. ‘Maar het is, helaas, niet voor jou.’
Bertus toonde een overdreven verdrietige blik. ‘Niet voor mij? Boehoehoe.’
Millie roerde lachend verder met de roerspaan in de ketel. Ze had beide handen nodig om deze grote houten lepel, die hoog boven haar hoofd uitstak, vast te houden. Met haar voet duwde ze lucht uit een blaasbalg, wat het vuur deed oplaaien.
 
‘Oh Bertusje toch, ik ben jou helemaal niet vergeten hoor! Ik maak altijd extra snoep. En alles wat er straks nog van over is, gaan wij samen opeten.’
Millie sprong van het verhoogje en kantelde de ketel. Zo goot ze het brouwsel in kleine vormpjes.
‘Maar voor wie is het snoep dan?’ vroeg Bertus zich af.
 
‘Er is een nieuw dorp aan de andere kant van het bos! Ik wil de mensen verwelkomen door er snoep uit te delen’, legde Millie uit.
‘Oh’, zei Bertus, ‘dan hoop ik dat ze niet veel honger hebben. Zo heb ik straks extra veel snoep.’
Millie prikte met haar vinger in de grote donzige buik van Bertus en knipoogde: ‘Dan hebben wij extra veel snoep, jij gulzig spookje.’
 
De volgende ochtend vertrok Millie met een karretje vol snoepgoed. Ze liep door het bos naar Nieuwedorp. Bertus zwaaide het heksje na. 
 
Toen ze bij de bosrand kwam, merkte ze een klein meisje op. Het meisje speelde tussen het hoge gras, op een afstand van de donkere dieptes tussen de bomen. In de verte onderaan de heuvel lag het nieuwe dorpje. Het meisje keek Millie met grote ogen aan.
‘Jij hebt een leuke hoed,’ zei het meisje. ‘Wie ben jij?’
‘Amalaswinth Zuckerkind, maar noem mij maar gerust Millie’, zei Heksje Millie.
Het meisje keek met een onderzoekende blik naar het karretje.
‘Is dat snoep? Ben jij een heks?’ vroeg ze.
Millie knikte. ‘Ja, dat is snoep. En ik ben een heks.’
Het meisje schrok.
‘Dan wil jij mij lokken met snoep, om me dan op te eten!’ riep ze bang.
 
Opeten? Millie vond dat maar een vreemd idee. Waarom zou ze het meisje opeten als ze zoveel snoep in haar karretje had?
‘Dit snoep is bedoeld voor het hele dorp!’ zei Heksje Millie. ‘Ik wil er niemand mee lokken. En ik wil al helemaal niemand opeten.’
 
Maar, helaas, het meisje was al weggelopen naar de huisjes in de verte. 
 
Heksje Millie draaide zich om en keek naar de bosrand, met zijn donkere, lonkende dieptes tussen de bomen in. Hmm… dacht ze, zomaar snoep aannemen van iemand die je niet kent, dat was misschien inderdaad geen goed idee. Zelf had ze ook wel eens te maken gehad met een mensetende oger, en Bertus was ooit een keer in de klauwen beland van een boze tovenaar. Die kunnen heel geniepig zijn. Ze snapte het. Een heksje dat met snoep bij de rand van een donker bos rondhing, was niet minder verdacht.
 
Aan de bosrand kon ze dus best geen snoep uitdelen. Nou ja, dat was toch al niet echt het plan geweest. Millie pakte haar karretje vast en wandelde verder in de richting van het nieuwe dorp.
 
Halverwege het pad werd ze plots begroet door een oude man.
‘Oh, een gast!’ zei de oude man. ‘Wat een vreemde hoed! Oho. Wat is uw naam, jonge dame?’
‘Amalaswinth Zuckerkind, maar noem mij maar gerust Millie’, zei Heksje Millie.
‘Ohoho, en waar kom jij vandaan?’ vroeg hij nieuwsgierig.
“Het Grote Eikenbos. Ik woon in de Grijnzende Pompoen!”
Terwijl ze sprak, dwaalden de ogen van de oude man naar haar karretje.
‘Ohohoho. Is dat snoep? Ben jij een heks?’ vroeg hij.
Millie knikte. ‘Ja, dat is snoep. En ik ben een heks.’
De oude man sprong zo hoog op dat hij boven haar hoed uitkwam.
‘Dan ben jij hier om iedereen in kikkers te veranderen!’ riep hij uit. ‘En dan ga je ons opeten!’
 
Millie was verontwaardigd. Mensen in kikkers veranderen? Opeten? Waarom zou ze de dorpelingen in kikkers willen veranderen?! Er waren toch al kikkers in de vijver?
’Dit snoep is om iedereen te verwelkomen!’ zei Heksje Millie. ‘Ik wil er niemand mee in kikkers veranderen. En ik wil al helemaal niemand opeten!’
 
Maar, helaas, de oude man was al weggelopen. Millie keek de man na. Hij had grijze haren en een wandelstok, maar hij rende zo snel dat zijn schaduw hem amper kon bijhouden! Dat vond ze best wel indrukwekkend.
 
Met een zucht wandelde Millie hem achterna het pad op. Na enkele minuten kwam ze bij de stadspoort aan. Daar stond een wachter.
‘Halt’, zei de wachter streng. ‘Wat een vreemde hoed. Wie ben jij?’
‘Amalaswinth Zuckerkind,’ zei het heksje, ‘maar noem mij maar gerust Millie.’
De wachter keek vol wantrouwen naar haar karretje.
‘Is dat snoep?’ vroeg hij toen. ‘Ben jij een heks?’ 
Millie knikte. ‘Ja, dat is snoep. En ik ben een heks.’
De wachter schrok op.
‘Dan ben jij hier vast om ons allemaal te vangen. En om ons dan in snoepjes te veranderen!’ riep hij uit. ‘En dan ga je ons opeten!’
 
Millie staarde hem verward aan. Wat was dit nu voor klinkklare onzin? Ze schudde haar hoofd. Hoe kwamen ze erbij?
‘Waarom denkt iedereen dat toch? Ik ga heus niemand opeten!’ riep ze boos.
‘Heks!’ schreeuwde de wachter, en hij vluchtte wild met zijn armen zwaaiend het dorp in. ‘Een boze heks!’
‘Oh jeetje!’ schreeuwden de dorpelingen in paniek. ‘Help! Ze gaat ons opeten!’
Heksje Millie zag ook het kleine meisje en de oude man roepend heen en weer lopen.
 
Plots grepen de dorpelingen haar bij de handen, en bonden deze samen met een touw.
‘Hé, wat doen jullie!’ riep Millie bang. ‘Ik kan geen snoep uitdelen als jullie mijn handen vastbinden!’
Het kleine meisje juichte. ‘Nu kun je mij niet het bos in lokken!’
De oude man wees met zijn wandelstok naar Millie. ‘En als je geen snoep kan uitdelen, dan kun je ons ook niet in kikkers veranderen!’
De wachter knikte. ‘En dan kun je ons ook niet in snoep veranderen.’
‘En opeten!’ riepen ze alledrie.
 
De dorpelingen verzamelden een grote stapel planken, en deelden vlammende toortsen uit.
‘Waarom doen jullie dit?’ vroeg Heksje Millie.
‘Wel, heksen zijn stout’, legde het meisje uit. ‘Dus die leggen we op het vuur. Zoals een braadkip!’
‘Een braadkip?!’
Millie beeldde het zich in. Een gebraden heksje met extra saus. Dat zag ze helemaal niet zitten.
 
‘Hé, daar ga ik niet mee akkoord!’ riep Millie. ‘Ik kom hier alleen maar om jullie te verwelkomen met snoep, en nu proberen jullie mij op te eten? Wat is dat voor slechte grap!’
‘Oh, maar we gaan je helemaal niet opeten’, zei de oude man. ‘Enkel braden.’
‘Dat is niet beter!’ beet het heksje hem toe. ‘Dat is niet alleen gemeen, het is ook nog eens verspilling!’
 
‘Touwtje touwtje laat me vrij, laat me los en maak me blij!’ sprak Millie. Het touw liet onmiddellijk haar handen los. Bang dat heksje Millie hen zou beheksen, doken de dorpeling vliegensvlug weg achter muurtjes en onder karren.
 
‘Nu ben ik boos!’ verklaarde Millie. ‘En jullie krijgen geen snoep van mij.’
Ze nam haar karretje bij de handvaten, en verdween in een wolk van sterretjes.
 
Na een lange stilte, kwamen de dorpelingen voorzichtig weer tevoorschijn. De vreselijke toverspreuk die ze verwacht hadden, de beheksing, de vloek… die was er helemaal niet gekomen.
‘Oh,’ zei de oude man, ‘misschien wilde ze ons dan toch niet opeten…’
 
De volgende dag smulden heksje Millie en Bertus het spookje de hele kar snoep leeg.
‘Vind je het niet jammer dan,’ vroeg Bertus met een ronde buik, ‘dat je het niet hebt kunnen uitdelen, dat snoep? Na al dat werk?’
Millie haalde haar schouders op. ‘Als ik het snoep met jou kan delen, Bertus, ben ik even blij. En wie weet, als de mensen van Nieuwedorp me een brief sturen om zich te verontschuldigen, dan deel ik volgend jaar misschien alsnog snoep uit in het dorp.’
Haar spookachtige vriend knikte. ‘Dat zou leuk zijn.’
 
Spookje Bertus richtte zijn blik op de oven.
‘En als je toch ooit een braadkip wordt, mag ik je dan opeten?’
Heksje Millie schudde haar hoofd.
‘Ik word helemaal geen braadkip, Bertus.’
‘Nou,’ zei Bertus starend naar het vuur, ‘je weet maar nooit.’

PDF downloaden
0 Opmerkingen



Leave a Reply.

    Spook-
    ​sprookjes

    Heksje Millie en de brandstapel
    Arlo en de Veerman

    winter-
    ​sprookjes

    Een wens voor Kerst

    Voorlees-
    ​video's

    Bekijk al onze voorleesvideo's op YouTube en YouTube Kids

    Categories

    Alles
    Liam Hernandez Lucas
    Miriam Perrone
    Siebert Eyben
    Spooksprookjes

Powered by Maak je eigen unieke website met aanpasbare sjablonen.
  • Shop
  • Verhalenhoek
  • Agenda
  • Contact
  • Bestellen